Boonk Van Leeuwen

Bezoekadres

Boonk Van Leeuwen Advocaten

Lichtenauerlaan 50
3062 ME Rotterdam

Postadres

Boonk Van Leeuwen Advocaten

Postbus 29215
3001 GE Rotterdam

Contactinformatie

Neem contact op

Telefoon: +31 10 - 2811 811
Fax: +31 10 - 2133 111

Bedrijfsactiviteiten staken

Met regelmaat komt het voor dat een rechtspersoon haar bedrijfsactiviteiten niet meer kan of niet meer wil voortzetten. Bijvoorbeeld als gevolg van enkele financiële tegenvallers, het wegvallen van klandizie of het overlijden van de directeur-grootaandeelhouder. Na het staken van de activiteiten resteert er een niet actieve rechtspersoon die staat ingeschreven in het handelsregister. Aan het bestuur de taak hier iets mee te doen.

Turboliquidatie van de vennootschap

De wet biedt verschillende mogelijkheden om een rechtspersoon te ontbinden. Zo kan het faillissement van de rechtspersoon worden aangevraagd. Na opheffing van het faillissement wordt – als de schuldeisers niet (volledig) zijn betaald – de rechtspersoon ontbonden. Ook kan de rechtspersoon via een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders – of in geval van een stichting van het bestuur – worden ontbonden. In het geval er baten aanwezig zijn, moet een vereffenaar worden aangewezen die de baten te gelde maakt en de gelden daarna volgens de wettelijke rangorde verdeelt onder de schuldeisers. Zijn er geen baten dan moet de vennootschap worden ontbonden zonder vereffening en zonder aanstelling van een vereffenaar (ook wel ‘turboliquidatie’). In die laatste route verricht een door de algemene vergadering aangestelde gemachtigde alle noodzakelijke handelingen om de rechtspersoon te ontbinden en uit het het handelsregister uit te schrijven. Doorgaans is de gemachtigde een bestuurder. Er is in dat geval geen sprake van vereffening en dus ook niet van een (onafhankelijke) vereffenaar of curator die verantwoording aflegt aan de schuldeisers. Turboliquidatie lijkt aandeelhouders en bestuurders van de rechtspersoon daarmee een bepaalde mate van vrijheid te bieden in de te volgen strategie. Die vrijheid kent echter grenzen zoals nog maar eens blijkt uit de drie recente vonnissen.

Aansprakelijkheid bestuur

Zoals hiervoor al aangegeven geldt als uitgangspunt dat schuldeisers van een rechtspersoon zich voor betaling van hun vordering alleen kunnen verhalen op het vermogen van die rechtspersoon. Toch kan – onder bijzondere omstandigheden – het bestuur van de rechtspersoon in privé aansprakelijk zijn voor de schade van die schuldeisers. Daarvoor is vereist dat het bestuur namens de rechtspersoon heeft gehandeld dan wel heeft toegelaten of bewerkstelligd dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichting niet nakomt én dat het bestuur ten aanzien van de benadeling van die schuldeiser persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (bezien in het licht van de verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW). Of het bestuur persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, hangt onder andere af van de normschending, de specifieke omstandigheden van het geval en de zorgvuldigheid die van het bestuur mag worden verwacht.

Turboliquidatie heeft een wettelijke grondslag en vormt op zichzelf geen grond voor aansprakelijkheid, zolang het bestuur de belangen van de schuldeisers van die vennootschap maar respecteert. Het knelpunt zit hem veelal in het (niet) respecteren van de belangen van de schuldeisers. Bij het onbetaald laten van vorderingen van schuldeisers kan daarvan bijvoorbeeld sprake zijn in het geval van betalingsonwil of het bewust bewerkstelligen van een toestand die betaling van een schuld verhindert, zoals het ‘leeghalen van een vennootschap’. Daarmee brengt het bestuur zich namelijk in de situatie dat hij ondanks de aanwezigheid van (potentiële) baten – welk begrip ruim moet worden uitgelegd – kiest voor een turboliquidatie, waar hij gezien de belangen van de schuldeisers voor vereffening of een faillissement had moeten kiezen.

Rechtspraak

De bestuurder in het vonnis d.d. 6 mei 2020 van de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland heeft het volgens de rechter te bont gemaakt. In deze procedure wijst de schuldeiser op de balans van de geturboliquideerde onderneming waar per 31 december 2017 een eigen vermogen van € 1.606.996,– stond vermeld. Vervolgens legt de schuldeiser de vraag voor hoe het kan dat dit vermogen medio mei 2018 nihil bedraagt.

De bestuurder – aangesteld in het kader van de afwikkeling van een nalatenschap – heeft aangevoerd dat er zodanige veranderingen in het (eigen) vermogen van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden die ertoe hebben geleid dat er in de rechtspersoon zelfs een negatief eigen vermogen zou resteren. Onder deze ‘zodanige veranderingen’ zou onder andere moeten worden begrepen de verkoop door de vennootschap van een onroerende zaak, het betalen van dividend aan de aandeelhouders en het betalen van een (verhoogde) managementvergoeding aan de bestuurder.

De kantonrechter overweegt vervolgens dat er na deze veranderingen – ‘wat daar verder ook van zij’ – er nog steeds een eigen vermogen van (minimaal) € 258.737,00 zou moeten resteren. Dat dit saldo mogelijk niet liquide zou zijn – zoals de bestuurder zou hebben gesteld – is volgens de kantonrechter niet relevant, omdat het begrip ‘baten’ ruim moet worden uitgelegd. De bestuurder heeft volgens de kantonrechter niet voldoende toegelicht en onderbouwd waarom dit eigen vermogen niet meer aanwezig is en waarvoor het zou zijn aangewend. De kantonrechter concludeert dat de schuldeiser voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten aanwezig zijn geweest op het moment van de ontbinding van de rechtspersoon.

Vanwege het feit dat de bestuurder de vereffening na ontbinding van de rechtspersoon achterwege heeft gelaten, terwijl er op dat moment nog sprake was van (te verwachten) baten, heeft hij – zo oordeelt de kantonrechter – onrechtmatig gehandeld jegens de schuldeiser. De bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat dat de door hem bewerkstelligde turboliquidatie tot gevolg zou hebben dat de rechtspersoon haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan geleden schade.

Met het vaststellen van de onrechtmatigheid ben je er als schuldeiser nog niet. Vervolgens moet nog worden vastgesteld of de schuldeiser door het handelen van het bestuur schade heeft geleden en zo ja, wat de omvang van die schade is. De kantonrechter bepaalt de schade door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals deze (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. In alle drie de aangehaalde vonnissen werd de volledige vordering van de schuldeiser (bestaande uit de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente en kosten) als schade vastgesteld.

Tot slot

Gezien het risico op aansprakelijkheid van het bestuur in privé is het voor het bestuur van belang om bij de beoogde ontbinding van een rechtspersoon de juiste route volgen. Voor schuldeisers is het van belang dat het bestuur van hun debiteur bij de gekozen route de belangen van de schuldeisers respecteert. Verkeert uw onderneming in zwaar weer? Is beëindiging van uw onderneming aanstaande? Vreest u als schuldeiser voor het voortbestaan van een van uw debiteuren? Of bent u een gedupeerde schuldeiser en wilt u actie ondernemen tegen het bestuur van een (ontbonden) vennootschap? Neem dan contact op met mrs. Edward van Gruijthuijsen en Saskia Hattink. Met een stevige basis aan theoretische kennis en praktijkervaring kunnen zij noodlijdende ondernemingen, bestuurders en schuldeisers met raad en daad bijstaan ten aanzien van uiteenlopende ondernemingsrechtelijke onderwerpen.